Op dinsdag 3 december jongstleden organiseerde de VVM – hét netwerk voor milieuprofessionals – het Grote Klimaat Oplossingen Congres. Een mooi programma met een keur aan sprekers. De klimaatnoodtoestand kwam herhaaldelijk langs, officieel uitgeroepen op 28 november 2019 door het Europees Parlement, in Nederland inmiddels overgenomen door VVD, D66 en Groen Links. Even los van de ernst van de klimaatverandering en de gevolgen daarvan, zetten de verschillende sprekers mij aan het denken.
Wat betekent eigenlijk het uitroepen van een noodtoestand? Wikipedia zegt: Een noodtoestand of de staat van beleg is een buitengewone rechtstoestand op grond van een publiekrechtelijke bekendmaking van een overheid dat de normale toestand en wetgeving tijdelijk niet meer van toepassing is. Oftewel, een zeer ernstige situatie die vraagt om verregaande maatregelen.
Sven Jense van Climate Cleanup gaf tijdens het Klimaat Oplossingen Congres aan dat een noodtoestand angst oproept, vraagt om crisismanagement en het bieden van oplossingen. Het lastige is dat de oplossingsrichtingen niet eenduidig zijn, dat er meerdere ‘geloofsstromen’ zijn en we te maken hebben met klimaatsceptici en klimaatontkenners. Het brengt ‘gewone’ mensen in verwarring, althans mij vaak wel.
Ook Bas Eickhout – EU parlementariër van Groen Links – stipte de uitgeroepen klimaatnoodtoestand aan en vroeg zich af of het niet een holle frase is? Veranderingen leveren altijd verzet op. Om hiertegen het hoofd te bieden is verbondenheid, geloofwaardigheid, consistentie, transparantie en eerlijkheid nodig, aldus Bas Eickhout.
Lucian Peppelenbos van APG Asset Management ging nog een stap verder. Hij vond het uitroepen van de klimaatnoodtoestand niet handig. Zijn stelling was: Martin Luther King bereikte niet zijn doelen met ‘I have a nightmare’ maar met ‘I have a dream’. Hij pleitte dan ook voor het kiezen van een positieve insteek.
Het uitroepen van de klimaatnoodtoestand lijkt mij dan ook geen handig communicatieframe. Een klimaatnoodtoestand vraagt om draconische maatregelen zonder democratische grondslag en het stimuleert polarisatie terwijl verbondenheid, uitwisselen en zoeken naar overeenkomsten de basis zouden moeten zijn. Hoe ingewikkeld dat soms ook is. Juist ook ‘klimaatbezorgden’ hebben hierin een verantwoordelijkheid. Vaak dragen zij onbewust bij aan stagnatie en polarisatie door heel strikt te zijn in wat wel en wat niet goed is. Jan Paul van Soest gaf hiervan een mooi illustrerend voorbeeld: “De boot zinkt, maar de reddingsboten moeten wel groen zijn.”
In navolging van Jan Paul van Soest zou ik dan ook binnen klimaatcommunicatie willen pleiten voor de benadering van ‘radicale liefde’ zoals Tommy Wieringa beschreef in z’n column in de NRC van 30 november jongstleden “maak contact met mensen aan de andere kant, die soms vol haat tegenover je staan. Daarvoor moet je de arrogantie en het neerkijken op klimaatsceptici laten varen. Probeer hen te begrijpen en met ze te praten”. Daar ligt een mooie uitdaging, hoe moeilijk die ook is. En ja … het is misschien idealistisch, maar dingen kunnen niet mislukken als je ze niet probeert.
14 december 2019 – Eric Visch – #klimaatcommunicatie